Met liefde een aandacht vervult stiefmoeder Sanne haar rol. Vanuit de bewuste keuze om zelf niet voor eigen kinderen te gaan, ervaart zij ook dat de schoen soms wringt als het gaat om de positie die een stiefmoeder heeft. Dit wordt pijnlijk duidelijk als doodnormale moeder- dochter situaties de vinger op de zere plek leggen. Sanne deelt haar verhaal met ons, lees snel verder met; Stiefmoeder Sanne; “Ik speelde vroeger weleens de boze stiefmoeder”
Samen in een boot, net gesnorkeld. Mike zit met “zijn meiden” in een bootje. Birthe is er als laatste bijgekomen. Er speelt duidelijk al meer tussen Noor, die er vanaf het begin bij is, en Mike. Mike, de knappe surferdude uit B&B Vol Liefde, worstelt zichtbaar met het verdelen van zijn aandacht en het omgaan met de verschillende belangen van zowel zichzelf als van Birthe en Noor, die beide hopen de liefde bij hem te vinden. Het lijkt alsof hij zo graag alles goed wil doen voor iedereen, dat hij zichzelf hierin een beetje kwijt lijkt te raken. Voor mij is dit een herkenbare situatie, hoewel in een heel andere setting, namelijk die van stiefmoeder.
Ruim tien jaar geleden ging ik van single naar partner en stiefmoeder. Toen ik Bob ontmoette, woonde ik in mijn kleine, maar fijne, benedenwoning in Haarlem. Tijdens onze eerste date gingen we naar een festival in Haarlem en raakten we niet uitgepraat. Een gezellige avond leidde al snel tot het feit dat we elkaar heel veel zagen. Bob vertelde vol liefde over zijn twee kinderen, Emily (toen 7 jaar) en Liam (toen 4 jaar). Ik herinner me nog goed dat ik hen voor het eerst sprak via FaceTime. Het zien en spreken van Emily en Liam ontroerde me, omdat ik voelde dat deze kinderen weleens voor langere tijd ook bij mij zouden kunnen horen.
Waar moeten we gaan wonen
Bob werkte als geluidstechnicus in de media- en entertainmentbranche als zzp’er, en ik werkte als begeleider in de zorg. Bob zag de kinderen één lang weekend per twee weken, van vrijdag tot maandag. Niet veel. Voor hem als zzp’er in deze branche was het heel lastig om op tijd thuis te zijn voor de kinderopvang (wat niet mogelijk was). Hij woonde toen ik hem leerde kennen in een leuk, maar duur huurhuis in Alkmaar, vlakbij waar de kinderen woonden. Toen we samen wilden gaan wonen, durfde ik mijn koophuis in Haarlem niet op te geven. De huizenprijzen waren toen ook al enorm aan het stijgen, en ik was bang dat als het mis zou gaan tussen mij en Bob, ik daar niet meer tussen zou kunnen komen.
Ik zou dan wegverhuizen voor kinderen van wie ik veel hou, maar die niet van mij zijn. Verder van mijn familie, weg van mijn vrienden.
We besloten dat Bob bij mij zou komen wonen. Mijn huisje was groot genoeg voor ons beiden. Wanneer de kinderen er waren, was het klein, maar met wat kleine aanpassingen en een slaapbank vonden we hierin onze weg. We hebben hier twee jaar met veel plezier gewoond, totdat de behoefte aan meer ruimte echt begon toe te nemen en we de wens kregen om samen een huis te kopen.
We worstelden met de vraag: waar dan? Ik zei tegen Bob: “Jij bent papa, jij hebt het veto, als jij naar Alkmaar wilt, dan doen we dat.” Bob gaf aan: “Maar daar word jij niet gelukkig.” Dit maakte me verdrietig voor de kinderen, maar het klopte wel. Ik zou dan wegverhuizen voor kinderen van wie ik veel hou, maar die niet van mij zijn. Verder van mijn familie, weg van mijn vrienden. We waren bang dat dit niet goed zou gaan tussen ons. Onze beide families komen uit Amersfoort, waardoor we ervoor kozen om daar te gaan wonen. De kinderen zouden dan drie weekenden komen. Bob wat dichter bij zijn werk, natuurlijk in overleg met de moeder van de kinderen, en wij zouden altijd rijden.
Ik zorgde ervoor dat ik in het rooster van mijn werk de kinderen kon halen en brengen, mocht Bob ze niet kunnen halen, zodat wij hen altijd deze zekerheid konden bieden, ondanks de onregelmatigheid van onze banen.
We kochten een huis in Amersfoort, in een nieuwbouwwijk.
Hoewel ik echt even moest wennen aan de nieuwbouwwijk, met de bijpassende huizen, bood deze wijk voor de kinderen veel speelkameraadjes en grote en fijne huizen, in tegenstelling tot het centrum van Amersfoort. Inmiddels heb ik mijn plek hier gevonden, al mis ik soms nog het oude volksbuurtje waar ik in Haarlem woonde, met de vriendelijke single oude buurman die iets te vaak iets te diep in het glaasje keek, maar via wiens tuin ik altijd door mijn badkamerraam mocht klimmen als ik mijn sleutels weer eens vergeten was.
Het ‘Disney syndroom’
Een paar jaar geleden vroeg Emily op een dag of zij mij ook “mama” mocht noemen. Een lastige vraag, omdat ik haar niet wilde afwijzen, maar het voor mij ook heel duidelijk is dat ze maar één moeder heeft voor wie die naam bestemd is, en dat was ik niet. Ik was haar stiefmoeder. Vroeger speelde ik weleens “boze stiefmoeder” en dan rende ik met een trui over mijn hoofd (als Beavis en Butthead’s Great Cornholio voor de 40-ers onder ons) om die rotkinderen onder de tafel of in de trapkast te stoppen. De negatieve associatie bij het woord stiefmoeder noemen wij in huis het ”Disney Syndroom” en ik ervaar het zeker niet als een rotwoord, maar als iets om trots op te zijn.
Emily werkte van jongs af aan al twee keer zo hard op school voor Moederdag. Liam niet, hij zei: “Jij bent toch niet mijn moeder?” En dat klopte helemaal. Daar waar Emily heel hard aan het werk was om alle belangen te behartigen, was Liam daar ogenschijnlijk veel minder mee bezig. Mijn band met hem is ook mijn band met hem… niet die van een vader of moeder, maar gewoon die van ons en zeker heel waardevol.
Toen Emily een jaar of dertien was, ging het niet goed meer bij haar moeder thuis. Hoewel Emily heel dol is op haar moeder, heeft haar moeder ook veel moeite met het stellen van grenzen en was Emily een tiener die daar goed naar op zoek ging (en nog steeds gaat). De vraag kwam of Emily bij ons kon komen wonen. Dit betekende natuurlijk nogal wat voor alle betrokkenen. Voor mij en Bob was het belangrijk dat, als we dit gingen doen, Emily in ieder geval tot haar eindexamen bij ons zou wonen. We voelden aan dat zij bij ons tegen grenzen zou oplopen die ze liever niet wilde, en als ze dan zou besluiten terug te gaan naar haar moeder, wilden we er liever helemaal niet aan beginnen. Inmiddels studeert Emily en woont ze bijna vier jaar bij ons. Haar leven is bij ons in Amersfoort, maar ze gaat ook nog met veel plezier naar haar moeder thuis.
Bewust geen kinderwens
Hoewel ik, zoals ik er tegenaan kijk, de leeftijd heb gepasseerd om zelf kinderen te krijgen, is dit in de afgelopen jaren wel onderwerp van gesprek geweest.
De aanwezigheid van Emily en Liam is zeker niet de enige overweging geweest, maar speelde voor mij een belangrijke rol bij het niet willen gaan voor een eigen kind.
Ik wist niet hoeveel ruimte ik dan voor hen zou hebben, en dat wilde ik niet voor hen en ook niet voor mezelf. Bob heeft me hierin de ruimte gegeven en zei dat hij mij zou volgen in mijn beslissing. Ik sta achter mijn beslissing.
Wel heb ik hier ook verdriet van, vanuit de wens, maar ook vanuit angst voor de toekomst en eenzaamheid. Onze ouders worden ouder en waar nodig helpen wij hen met heel veel liefde. Ik realiseer me dat Emily en Liam al een moeder hebben. Mijn angst is dat als Bob eerder zou komen te overlijden dan ik, ik eenzaam zal zijn. Mijn angst, in combinatie met de investeringen die ik nu voor hen doe waar ik niet de erkenning voor mag vragen en kan verwachten, want zij hebben al een moeder, vind ik best ingewikkeld. De onvoorwaardelijkheid tussen biologische ouder en kind is iets wat ik nooit zal ervaren.
Kort geleden hebben Emily en haar moeder samen een tatoeage laten zetten. De een heeft op haar arm “No matter where,” de ander “No matter what.” Begrijp me niet verkeerd, ik weet en zie hoe belangrijk een goede relatie met haar moeder is.
Vanuit mijn positie voelt het toch pijnlijk, want als haar moeder het niet meer kan, ben ik degene die het opvangt. Dit kan ik niet tegen Emily en haar moeder zeggen. Voor Emily zou dit belastend zijn en haar moeder is dapper genoeg geweest om los te laten wanneer dit nodig was. Dus ik laat het los, deel mijn gevoel met Bob en een paar goede vriendinnen, en herken mezelf in Mike: druk bezig met de belangen van iedereen, maar waar mogen mijn belangen staan?
In de zomervakantie waren we bij mijn goede vriendin Kirsten en haar gezin, in Frankrijk. Ik besprak met haar mijn angst, worsteling en verdriet. Zij reageerde liefdevol op mijn angst om eenzaam te worden: “Dan kom je toch hier wonen!”
Wat de toekomst brengt, weet niemand. Als stiefmoeder ervaar ik soms dat ik heel veel investeer zonder daarvoor erkenning te krijgen en (te mogen) verwachten. De onzekerheid van de toekomst is voor mij oké, met de zekerheden van nu: onvoorwaardelijk lieve vriendinnen die altijd een kamer voor je vrij hebben.
Lees ook:Bonusmoeder vertelt; deze oefening hielp mij om te gaan met de ex tijdens de vechtscheiding
Volg je mij al op Instagram? Leuk als ik je daar zie.
